Hoe kunnen noodhulpbureaus jongvolwassenen in een financieel kwetsbare situatie beter, eerder en gerichter ondersteunen? Met die vraag startte SUN Nederland samen met zes noodhulpbureaus in 2024 het project Jongvolwassenen. Nu, ruim twee jaar later, zijn de pilots nagenoeg afgerond. De verkregen inzichten worden het komende half jaar in onderdelen gepresenteerd. De pilots waren gericht op jongvolwassen met een bijzondere achtergrond: statushouders, ex-gedetineerden, jongeren met schulden, jongvolwassenen afkomstig uit de Jeugdzorg of met GGZ- of verslavingsproblematiek.
Het rapportcijfer van gemiddeld meer dan een acht vanuit alle deelnemers is een belangrijke uitkomst van de pilots. Of we het nu vroegen aan de jongvolwassene zelf, de betrokken hulp- of dienstverleners of de noodhulpbureaus, allemaal geven ze aan dat het ontwikkelde aanbod heel waardevol is voor deze jongvolwassenen in een financieel kwetsbare situatie. Het laat zien dat er in de praktijk veel waarde werd toegekend aan dit aanbod.
Normaal handelen noodhulpbureaus uniformeel (zonder specifiek doelgroepenbeleid) en vraaggericht (afhankelijk van of er een aanvraag wordt ingediend). De pilots waren in tegenstelling daartoe specifiek gericht op de doelgroep jongvolwassenen en hadden tot doel deze financieel kwetsbare jongvolwassenen actief te bereiken. Een belangrijk element daarbij was het creëren van een aanbod gebaseerd op de vijf pijlers behorende bij een stabiele toekomst: de Big 5-theorie. Bij de Big 5 gaat het om vijf leefdomeinen die voor een jongvolwassene cruciaal zijn. Het betreft de pijlers ‘support’, ‘wonen’, ‘school en werk’, ‘inkomen’ en ‘welzijn’. Niet de noodhulpbureaus, maar de jongvolwassene zelf bepaalden met hun hulp- of dienstverlener hoe het beschikbare budget binnen deze vijf pijlers werd besteed. Juist die vrijheid en verantwoordelijkheid maakt dat de jongvolwassenen zich gehoord, gezien en vooral ook serieus genomen voelden. Voor elke deelnemer was €1.000 beschikbaar. Het project is mogelijk gemaakt door vier zeer betrokken vermogensfondsen.
“Ik was vooraf benieuwd hoeveel en welke jongvolwassenen we zouden bereiken en of het zou leiden tot een toestroom van aanvragen”, vertelt SUN Nederland-projectleider John Wildenberg. “Elke pilot begon hetzelfde, maar ontwikkelde zich totaal anders. Sommige pilots schoten uit de startblokken en bereikten binnen korte tijd het maximale aantal deelnemers. Bij andere pilots kwam de instroom moeizaam op gang, maar ook dat leverde waardevolle inzichten op.” Geen enkele pilot leidde tot een te grote toestroom van aanmeldingen. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de betrokken hulp- en dienstverleners. Zij maken een inschatting welke jongvolwassenen het aanbod daadwerkelijk aangrijpen om tot een positieve verandering van de eigen situatie te komen. Zij voelen zich verantwoordelijk voor het doen van een kansrijke aanmelding. Dat maakt dat er vanuit de noodhulpbureaus minder (drempelverhogende) regulering nodig is.
Hulp- en dienstverleners zien het aanbod, naast een middel om problemen op te lossen, als een kans om de motivatie of doorzettingskracht van de jongvolwassene een boost te geven. Bij veel jongvolwassenen lijkt door het aanbod ook intrinsiek een boost te ontstaan. We hoorden vaak terug dat jongeren zich via het aanbod gezien en erkend voelen en blij zijn met de mogelijkheden die ontstonden. Een jongere bracht dit heel nadrukkelijk onder woorden: “Ik heb voor het eerst het gevoel dat ik het waard ben om in te investeren, in plaats van dat ik gezien wordt als een probleem”. Sommige hulpverleners geven ook aan dat de aanvragen voor een deel ontstaan vanuit de behoefte om de jongvolwassenen te laten merken dat hun inspanningen en strubbelingen worden gezien. De toegang tot een sportabonnement werd op die manier aan de ene kant een middel om meer balans tussen spanning en ontspanning te realiseren, maar daarnaast gaf het ook een signaal dat de jongvolwassene er niet helemaal alleen voor staat in het bereiken van doelen en verbetering van de situatie. Hulpverleners denken dat de kans op uitval zo ook kleiner wordt, zeker bij kwetsbare doelgroepen.
Door de Big 5 leidend te maken ontstonden inhoudelijke discussies binnen de betrokken noodhulpbureaus. Bijvoorbeeld over de vraag waarop je als noodhulpbureau wel of niet wilt of kunt ondersteunen. “De aanschaf van een elektrische fiets, of een gameconsole als voorbeeld, wordt door noodhulpbureaus zelden gezien als noodzakelijk”, vertelt John “Tijdens de pilot ontstond de ruimte om hierover in gesprek te gaan, als dit door de jongvolwassenen en hulp- of dienstverlener werd aangedragen. De noodhulpbureaus zijn niet in alle ideeën meegegaan, maar wel vaker dan normaal gesproken. Zo vinden sommige noodhulpbureaus ondersteuning bij schulden een lastig onderwerp. Tegelijkertijd weten we dat schulden een belangrijke voorspeller zijn van recidive bij jongvolwassen ex-gedetineerden. Helemaal niet ondersteunen voelt dan als een gemiste kans.” aldus John. Volgens John vraagt ondersteuning op dit soort thema’s om lef, de bereidheid om de eigen werkwijze aan te passen aan de gegeven context en het aangaan van uitdagingen. De uitdaging om jongvolwassenen te volgen in hun ideeën, leidde in een andere situatie bijvoorbeeld onder andere tot de bekostiging van de crematie van een konijn. Een vraag die tot dan toe nog nooit was voorgekomen. Hoewel je geen rechtstreekse verbanden kunt trekken, lijkt deze keuze en werkwijze in dit geval zijn vruchten af te werpen. De Big 5 van deze jongvolwassene is op alle gebieden aanzienlijk verbetert.

Volgens John is het belangrijk om te benadrukken dat noodhulpbureaus ook buiten het project al veel ondersteuning bieden aan jongvolwassenen en dat ook zullen blijven doen. “Het project laat zien dat een doelgroepgerichte aanpak daarnaast sterk wordt gewaardeerd. Tegelijkertijd moeten we ook erkennen: onze kennis over het uiteindelijke effect van het aanbod is nog beperkt vanwege de looptijd en de omvang van de pilot. Wel staat als een paal boven water dat zowel de betrokken gemeenten als professionals graag verder zouden willen werken met deze aanpak. De toekomst van de aanpak hangt echter samen met financiering. Als noodhulpbureaus via deze aanpak meer jongvolwassenen willen ondersteunen, vraagt dat om extra giftenbudget.”
SUN Nederland gaat samen met noodhulpbureaus, betrokkenen en fondsen kijken of en hoe het project een vervolg kan krijgen. SUN Nederland bedankt de huidige donateurs voor hun support gedurende het gehele traject en komt graag in contact met fondsen die bij zouden willen dragen aan een succesvol vervolg van de aanpak of giftenbudget voor de ondersteuning aan jongvolwassenen.