Tienduizenden mensen in Nederland die in voedselnood leven, worden jaarlijks door het Rode Kruis geholpen. Ik ben er trots op dat we zoveel mensen in nood verlichting kunnen bieden. Met onze boodschappenkaarten kunnen mensen zelf kopen wat ze het hardst nodig hebben, gewoon bij de lokale supermarkt. Dat vinden mensen een hele fijne manier van hulp. Ook landelijke organisaties zoals SUN Nederland, Voedselbanken Nederland en het Leger des Heils zijn onmisbaar voor iedereen die moeite heeft om zijn koelkast te vullen.
Maar ondanks al onze inspanningen vallen nog steeds veel mensen tussen wal en schip. Zij komen niet in aanmerking voor reguliere hulp vanuit de overheid, omdat ze net een paar tientjes te veel verdienen, geen verblijfspapieren of vaste woonplek hebben. Anderen melden zich bewust niet aan voor deze hulp: uit schaamte of omdat ze bang zijn voor ingrijpende gevolgen; bijvoorbeeld dat hun kind uit huis wordt geplaatst of dat ze het land uit worden gezet. Ondertussen eten zij de hele week dezelfde kale pasta, slaan ze maaltijden over en maken zich zorgen om hun kinderen, omdat zij die ochtend met een lege broodtrommel naar school zijn gegaan.
Afgelopen december constateerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de armoede in ons land na jaren van daling weer was toegenomen. In 2024 leefden in Nederland 551.000 mensen in armoede, terwijl bijna de helft van hen een inkomen uit werk had. Nog eens 1,1 miljoen mensen leefden nét boven de armoedegrens. Dat zijn enorme aantallen: bijna 1 op de 11 Nederlanders. Iedereen kent dus wel iemand die hiermee worstelt, ook al durven veel mensen hier niet over te spreken of om hulp te vragen. Het kan een vriend zijn die tot voor kort prima rondkwam, maar plotseling zijn baan verloor. Of de buurvrouw die door een ongeluk niet meer kan werken. Armoede is dus vaak dichterbij dan mensen denken en het kan iedereen overkomen.
Het Rode Kruis werkte het afgelopen jaar samen met ruim 150 lokale, laagdrempelige organisaties die goed weten wat er in hun buurt of wijk speelt en vertrouwd worden door bewoners. Zij vormen als het ware een soort lokaal weefsel van (vaak informele) hulp. Van hen horen we dat mensen die al in armoede leefden, in steeds moeilijkere omstandigheden terechtkomen. Kortom: de armoede in Nederland neemt niet alleen toe, maar verdiept zich ook. Mensen hebben bijvoorbeeld meer financiële problemen. Voedselhulp brengt wat verlichting, maar biedt geen oplossing voor de lange termijn.
Een ontwikkeling waar ik blij mee ben, is dat wij als noodhulporganisaties steeds meer samenwerken. We kijken waar we elkaars hulp kunnen inzetten. Zo verwijzen wij waar mogelijk actief door naar de Voedselbank en gaat SUN Nederland dit jaar onze boodschappenkaarten verdelen onder de noodhulpbureaus. Ook doen wij samen een beroep op de overheid om tot duurzame, structurele oplossingen te komen. Als noodhulporganisatie zou het Rode Kruis het liefst zien dat noodhulp niet langer nodig was. Maar dat is simpelweg niet mogelijk, want de nood is te hoog. Daarom is het belangrijk dat wij blijven helpen én samen blijven optrekken voor structurele verbeteringen. Zodat mensen die in armoede leven weer naar een betere toekomst kunnen kijken.
Roelie Bottema
Manager Hulp bij Nood bij het Nederlandse Rode Kruis